De Heilige Alena
Start Omhoog

 

 


De Heilige Alena; dochter van een Frankisch krijgsheer.

Vervaardiger:   onbekend beeldhouwer
    onbekend polychromeur
Plaats vervaardiging:   Brabant
Datum:   1500 (ca)
Materiaal:   hout
Techniek:   gebeeldhouwd
    gepolychromeerd
Afmetingen:   hoogte 91 cm

 

 

H Alena, Sint-Ambrosiuskerk, foto KIK

   

De Heilige jonkvrouw Alena werd naar alle waarschijnlijkheid te Dilbeek geboren tijdens het   tweede kwart van de 7e eeuw. Haar ouders waren koning Levold (Bevold, Lewald, Harold) en koningin Hildegaart. Haar vader was een berucht heidens kristenvervolger –wat in die tijd niet ongebruikelijk was- die aan zijn onderdanen elke omgang met het nieuwe geloof ten strengste verbood. Een rijke Dilbekenaar die zich reeds bekeerd had, was genoodzaakt samen met zijn gevolg naar Vorst te vluchten, waar hij temidden van de bossen aan de boorden van de Zenne een stenen huis liet bouwen omgeven door een gracht. Daarnaast bouwde hij een kapel die later door de Heilige Amandus aan de Heilige Denijs werd opgedragen en door een pastoor werd bediend. Op uitnodiging van de nieuw-bekeerde bezocht Levold eens de Heilige Mis, maar kwam niet onder de indruk. Teruggekeerd naar zijn kasteel, vertelde Levold aan zijn gade en dochter wat hij had gezien. Geraakt door het verhaal van haar vader dat tot Alena’s verbeelding sprak, kon zij niet weerstaan aan de verleiding deze ritus bij te wonen. Haar jeugdige ongerijmdheid zal hierbij wel een aanzet geweest zijn. De gevaren van wilde dieren trotserend begaf zij zich s’nachts door de bossen van Anderlecht naar Vorst. Toen een der kasteelwachters van Levold zijn zwijggelofte tegenover Alena niet meer indachtig bleef, verwittigde hij zijn meester. Haar vader gaf hierop bevel zijn dochter op een van haar tochten te achtervolgen. In kennis gesteld van haar bekering en het doel van deze nachtelijke escapades, zwoer hij zijn dochter streng te straffen. Aan zijn ridders en dienaars droeg hij op haar te ketenen. Bij haar verzet klampte Alena zich vast aan een boom waarbij haar arm werd afgerukt en zij doodbloedde. Een engel nam haar arm op en ging deze neerleggen op het altaar van de kapel te Vorst. Bevreesd als zij waren dat wilde dieren haar hadden verscheurd besloten de heer van Vorst en zijn priester om haar lichaam te gaan zoeken. Toen zij haar hadden gevonden begroeven zij haar in de kapel van Vorst. Nadien rezen er omtrent haar relikwieën verschillende twisten tussen de kerken van Dilbeek, Vorst, en de abdij van Affligem waarvan de abdij van Vorst afhankelijk was.

De bekering van Alena’s ouders in het licht van de kerstening

Op zekere dag kreeg Levold bezoek van de blinde hertog Omundus (Omandus) die hoopte door een bezoek te brengen aan Alena’s graf het zicht terug te krijgen. Bij deze beloofde Levold zich te bekeren mocht dit mirakel geschieden. Toen dit gebeurde moest Levold zijn belofte gestand doen en begaf zich naar het graf van zijn dochter om er in het openbaar afstand te doen van al zijn bezittingen aan de armentafel, en liet zich samen met zijn echtgenote dopen. Voortaan noemde hij zich Harold, en sticht de eerste kerk (kapel?) van Dilbeek die door de Heilige Amandus aan de Heilige Ambrosius werd toegewijd. Na hun overlijden werden zij er als eersten in begraven.

In tegenstelling met wat sommigen beweren bevat de legende tal van historisch waardevolle elementen. In elk verhaal schuilt trouwens een kern van waarheid; ook al kan deze wat omfloerst zijn en aangepast aan de kristelijke noodwendigheden van die tijd. Reeds in de Romeinse tijd werd aangevangen met de kerstening. Toen keizer Konstantijn I de Grote zich in 312 bekeerde tot het christendom betekende dit een belangrijke stimulans tot de uitbreiding van het geloof. De kerstening van onze gewesten was een proces van lange adem vanaf het einde van de Romeinse overheersing; meerbepaald het einde van de 4e eeuw-begin 5e eeuw. De Frankische invallen onderbraken de opgang. Het duurde nog tot omstreeks 630 wanneer de tweede en definitieve evangelisatie hier doorbrak met de hulp van adellijke geslachten in de Merovingische tijd. De volledige christianisering was pas voltooid omstreeks 650. Dit is de periode waarin zich de legende van de Heilige Alena afspeeld. Het doopsel van Clovis (+ 511) te Reims in 496 door de Heilige Remigius was de stuwende kracht tot het onderwerpen van de heidense potentaten die her en der nog een tijdlang de lakens in het Rijk uitdeelden. Alena’s vader kan tot deze groep gerekend worden. Het duurde nog enige tijd alvorens aan de Germaanse goden werd verzaakt. De late bekering van Levold is waarschijnlijk te wijten aan de verplaatsing van de zetel van het koninkrijk naar Parijs, waardoor onze gebieden buiten het gezichtsveld van de Merovingische machthebbers kwamen te liggen. Clovis kon zijn koninkrijk enkel met de steun van de conservatief katholieke Gallo-Romeinse aristocratie in stand houden. Daardoor onderscheidden zich in de 7e eeuw twee machtsblokken. Enerzijds de Gallo-Romeinse aristocratie die katholiek was en de kerkelijke (geestelijke) macht wou uitbreiden maar ook op wereldlijk vlak in concurrentie stond met de Frankische (Merovingische) vorsten die nog overwegend heiden waren en alle macht in eigen handen wensten te houden. Zij zagen in het nieuwe geloof dan ook eerder het gevaar voor hun machtspositie. Deze overgang was niet altijd zonder risico voor de missionarissen, waarvan meer dan een het met zijn leven moest bekopen. De scheiding van Kerk en Staat bleef echter gevrijwaard, waardoor stillaan het heidens verzet werd gestaakt. Deze toestand is merkwaardig genoeg tot op vandaag gehandhaafd. In dit en menig ander opzicht is er in de loop van de geschiedenis niet veel veranderd in de maatschappelijke samenstelling; afgezien van de godsdienstige afname en concurrentie van andere geloofsbelijdenissen.

Alena’s vader wordt koning van Dilbeek en daaromtrent genoemd. Rond het midden van de 3e eeuw waren de Germanen van over de Rijn geëvolueerd van primitieve tribale gemeenschappen, waarin de clan de basis vormde, naar een samenleving van krijgers waarvan de leiders –de Oost-Germanen noemden hen reiks, de West-Germanen kuning- een militaire elite vormden, wier positie bepaald werd door het succes in de oorlog. Onze Heilige was dus niet afkomstig uit een eenvoudig gezin maar behoorde tot de topklasse. De bekering ligt dus geheel in overeenstemming met aangehaalde strategie door de clerus gehanteerd om de kerstening van bovenaf door te voeren. De gewone man zou noodgedwongen wel zijn meester moeten volgen. Gezien de verbondenheid op wereldlijk vlak van Dilbeek met Anderlecht kan Levold zelfs een familielid van de heren van Aa geweest zijn. Als dusdanig was hij een leenheer van gelijke rang, verblijvend op zijn allodiale burcht. Hij kon enkel aan de armen  gifte gedaan hebben van zijn onroerende goederen, aangezien de burcht in familiaal bezit is gebleven. Daar het echter een feodaal verblijf betreft was Levold een vazal of leenman van mindere rang. Zijn koningschap beperkte zich tot de dorpskern met enkele gehuchten, als deel van het grote domein van de heren van Aa.

Controversia Alenae   

Sommige auteurs beweren dat de Heilige Alena (feestdag 17 juni) onmogelijk in de 7e eeuw kan geleefd hebben –enkel en alleen gebaseerd op het toendertijd al of niet bestaan van de zogenaamde Sint-Alenatoren-, en de grafsteen in de kapel van Vorst. Zij zou in de 12e eeuw zelfs een kloosterzuster of priorin in de voormalige abdij van Vorst zijn geweest; alsook een familielid van de plaatselijke (Dilbeekse) heren van Sotteghem. Hierover hebben we echter onze bedenkingen. Zoals voormeld kende men in de Gallo-Romeinse tijd reeds castra (burchten) door grachten en wallen omgeven en met ronde torens afgezet. Niets bewijst dat het Dilbeekse castrum werd vernield bij de Frankische invallen en dat het de bakermat niet is van Alena. Het Hooghof dat aan de heren van Sotteghem toebehoorde lijkt van jongere datum. De volksmond heeft het steeds over de Sint-Alenatoren van het Grootkasteel. Het bestaan van middeleeuwse burchten bewijst de duurzaamheid in het doorstaan van de tand des tijds. Er zullen wellicht wijzigingen zijn aangebracht; doch aan het bestaan hoeven we daarom nog niet te twijfelen. In de 7e eeuw lag de Romeinse tijd nog in het recente verleden. Volgens onze mening was Levold dan ook een vroege vazal van de heren van Aa, uit een tijd toen geschreven bewijsstukken nog ontbraken. De van Sotteghem en de Crainhem zijn pas later ontstane takken uit dit aanzienlijke geslacht.

Het is zeer twijfelachtig of het grafmonument dat zich in de “kapel van de Heilige Alena” in de Sint-Denijskerk van Vorst bevindt de heilige toebehoord. Aan het voeteinde, de normale plaats voor een inschrift, is een stuk van de steen blijkbaar afgebeiteld. Integendeel staat aan het hoofdeinde in lettertekens van de 13e of 14e euw een nieuw inschrift, zeer onbehendig gedaan: “ + SCA HELENA”. De afbeelding op de blauw-arduin-deksteen geeft ons geen uitsluitsel omtrent de echtheid. Gezien de ernstige moeilijkheden over het recht op bezitting van de relikwieën, het belang van de inkomsten en de tienden verbonden aan de heiligenverering, mogen we vervalsing niet voor onmogelijk houden. De schrijfwijze Helena was gebruikelijk in de 13e-14e eeuw toen de cultus van de Heilige Helena, de moeder van Constantijn, in zwang was. Het is dan ook zeer gewaagd onze heilige in die periode te plaatsen. Op een gegeven ogenblik laaide het dispuut tussen de parochianen van Dilbeek en Vorst zo hoog op over het bezit van de relieken, dat de Dilbekenaren een ander gebeente lieten doorgaan als dat van de Heilige Alena. De aartsbisschop van Mechelen, Mathias Hovius, liet in 1601 de kerk van Dilbeek sluiten, de parochie werd in de kerkban geslagen, en hij verbood aan de pastoor van Dilbeek nog langer het gebeente te beschouwen als dat van de heilige. De Dilbeekse inwoners legden zich hierbij neer.

De relikten

Vandaag is er buiten de Sint-Alenakapel nog menig dat ons herinnerd aan haar illustere verleden. In oude documenten wordt haar naam vermeld in de vorm van toponiemen die verband houden met aanpalende kerkgoederen. In 1615: “…op den Dielbeekschen coûterlangs den Pampoiert boschdaer Ste Aleenenstock op staet …” ; 1644: “De fonteyne van Ste Aelena”; 1685: St. Alenastock; begin 18e eeuw: St. Alenenbosch; 1753: “St. Alenastock lancxt den groenen wegh”; 1783: St. Alenabosch en Sinte Alenaborre; 1785: “St. Alenastock langs den grooten wegh”.

Kerkrekening 1591-92 gewone uitgave in geld:

Item noch betaelt op ste Aleenen dach aen het ghelach vertert ter presentie den prochiaen kerkckmeesteren ende kuester ende anderen goeden gemeynteners ter some naer oude costuÿme  V Rc.’

Kerkrekening 1672-73:

Item betaelt voor ste Allena borre te reÿnighen  V st.’

Kerkrekening 1677-78:

Item betaelt aen vier mans die de schilderije hebben ghehaelt van Ste Allena tot Brussel  XXXII Stv.

Er was een kapelanij van de H. Alena die verbonden was aan het grootkasteel, waarvan de bezitter drie missen per week moest lezen in het kasteel.

Herkenningen

In de kapel van Vorst vindt men naast de grafsteen nog schilderijen die taferelen uit het leven en de marteldood van de heilige voorstellen. In het relekwieschrijn te Vorst wordt het document bewaard van haar beenderverheffing door abt Godesschak van Affligem in 1193; wat gelijkstaat aan een heiligverklaring. Ook bevat het de herkenning in 1523 door Robert de Croy, aartsbisschop van Kamerijk en de verklaring op 14 februari 1601 dat Mathias Hove het bevel gaf het schrijn te openen; dit in verband met v.n. excommunicatie. In 1601 werden ook herstellingen gedaan. Op 19 maart 1644 werden de relieken vergeplaatst in een nieuw schrijn dat thans nog bestaat. Achteraan een document vinden we de meldingen dat het schrijn werd nagezien op 24 augustus 1602, in 1633 en 1661. In 1794 werd het schrijn tengevolge van godsdienstige strubbelingen naar Wurstbourg in Duitsland overgebracht. Na herhaalde pogingen door tussenkomst van het gemeentebestuur van Vorst en kerkelijke personen kreeg Vorst in 1811 de relieken terug. De laatste herkenningen hadden plaats in 1823, en op 24  juni 1923 door Kardinaal Mercier. Wij kunnen dus besluiten dat Alena een heilige is, en dat ze te Dilbeek werd geboren in de tweede helft van de 7e eeuw als dochter van een welstellend heidens vazal van de heren van Aa. Een familieverband met hen is niet uitgesloten. Door hun bekering doen haar ouders de christianisatie ingang vinden bij de plaatselijke bevolking en stichten de parochiekerk. Daardoor liggen zij aan de basis van de parochiale instelling onder het patronaat van Sint-Ambrosius te Dilbeek.

Bibliografie

GIELEMANS Jan

Hagiologium Brabantinorum, Roodklooster

1480

ANONIEM

Het leven van de H. Alena, Vander Noot

1518

DE ST. AUBIN MARIE

Vie de Ste Alène

1527

ANONIEM

Sint Alena’s leven

1603

ROSWEYYS ZERIBERTUS

Het leven der HH. Maeghden

1626

RIBADENEYRA

Generale legende der Heyligen

1629

RAISSIUS ARNOLDS

Peristromata Sanctorum

ongedateerd

ANONIEM

Historie van St. Alena , Aug. H. Friex

1687

ANONIEM

Histoire de Ste Hélène, Eug. H. Friex

1697

ANONIEM

Histoire de Ste Alène, J. J. Boucherie

1756

 

Litanie van de H. Maegd en Martelaeresse

In “Schat-kiste der litaniën, C. De Moor

18e eeuw

LEFEBRE P.ANTONIUS

Historie van de H. Alena

1829

ANONIEM

Historie van de H. Alena, Demonit

1829

WOLF J.

Wodana

1843

WOO

Deutsche Märchen und sagen

1845

ANDRIESSEN

Alena van Dilbeek

1860

HAMMENECKER

Heilige Alena

1913

DOM PODEVIJN

De H. Alena van Vorst, Brabantse Folklore

1948

VAN DER ESSEN

Etude critique et littéraire sur les Vitae des Saints Mérovingiens

 

INDESTEGE LUC

IDEM

Het leven van de H. Alena, Tiebout Dilbeek

Miscellanae J. Gesseler

        

1948                        

DE SPOT JAN

Gods Wegen, Davidsfonds

1955

EIGEN SCHOON EN DE BRABANDER

Het broederschap van Sint-Alena

1959